Toelatingscriteria

Terug naar homepage

Terug naar aanmelden

Veel veroordeelde verdachten zullen desgevraagd antwoorden dat zij onschuldig zijn aan het misdrijf waarvoor zij zijn veroordeeld. Het is een redelijke aanname dat het aantal verdachten dat zegt onschuldig te zijn aanzienlijk groter is dan het aantal verdachten dat werkelijk onschuldig is. Om ervoor te zorgen dat slechts zaken in onderzoek genomen worden die uit oogpunt van onderzoek en onderwijs zinvol zijn, wordt een aantal toelatingscriteria opgesteld. Dat zijn de volgende:

 

1.     Een zaak kan in behandeling worden genomen op aanvraag van de veroordeelde verdachte, diens advocaat of een andere betrokkene, zoals een familielid.

2.     De aanvraag dient per e-mail of schriftelijk te worden ingediend bij: Project Gerede Twijfel, t.a.v. Dr. H. Israëls, Universiteit Maastricht, Juridische Faculteit, Postbus 616, 6200 MD Maastricht. Men wordt verzocht daarbij een aantal vragen te beantwoorden.

3.     De veroordeelde verdachte dient onherroepelijk te zijn veroordeeld voor een misdrijf.

4.     De veroordeelde moet zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf van ten minste vier jaar of een kortere gevangenisstraf in combinatie met TBS.

5.     De veroordeelde moet claimen dat hij of zij geheel ten onrechte is veroordeeld en dat het misdrijf dus door iemand anders is gepleegd. Of de veroordeelde claimt dat het betreffende misdrijf überhaupt niet is gepleegd. Zaken waarin de veroordeelde zegt niet de dader te zijn, maar slechts medeplichtige komen dus niet in aanmerking. Zaken waarin de veroordeelde zegt dat hij of zij het misdrijf anders pleegde dan waarvoor hij of zij is veroordeeld of dat de kwalificatie door de rechter onjuist was (bijvoorbeeld moord in plaats van doodslag) komen evenmin in aanmerking. Kortom, de veroordeelde dient tegenover het Project Gerede Twijfel te claimen dat hij of zij op geen enkele wijze betrokken is bij het misdrijf waarvoor hij of zij veroordeeld is. Dat dient ook zijn proceshouding ter terechtzitting te zijn geweest.

6.     Het Project Gerede Twijfel moet kunnen beschikken over het complete dossier, althans over alle stukken waarover de verdediging beschikte.

7.     De veroordeelde en diens advocaat moeten een verklaring ondertekenen waarin zij onherroepelijk akkoord gaan met onderzoek door het Project Gerede Twijfel en zich tevens bereid verklaren alle gevraagde andere inlichtingen te verstrekken.

8.     Zij gaan akkoord met publicaties over de zaak. Bij publicaties zal uiteraard zoveel mogelijk anonimiteit worden betracht.

9.     Pas na een eerste kennisname van het dossier en eventueel een gesprek met de veroordeelde en diens advocaat kan besloten worden of een zaak werkelijk in onderzoek wordt genomen. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:

   a.   Het moet om een zaak gaan waarbij ook bij de projectleiding het vermoeden is gerezen dat mogelijk van een rechterlijke dwaling sprake is.

   b.   De zaak moet kunnen bijdragen aan inzicht in mechanismen die rechterlijke dwalingen bevorderen.

   c.   De zaak moet zodanig zijn dat studenten onder leiding in een redelijke tijd met een deugdelijke rapportage kunnen komen.

   d.   Er mag bij één of meer medewerkers van het Project Gerede Twijfel geen belangenconflict bestaan of ontstaan.

10.    Zaken worden slechts direct aangenomen als daarvoor voldoende capaciteit bestaat.

11.    Zaken kunnen zonder opgave van redenen worden geweigerd.

12.    Het Project Gerede Twijfel doet in beginsel niet meer dan rapporteren over haar bevindingen. Herzieningsprocedures en dergelijke vallen dus buiten het kader van het Project.

Terug naar homepage